Focusgroep Grenzeloos Biobased Onderwijs

Geplaatst op wo, 08/11/2017 - 12:28

In het project 'GBO' is SPK trekker en verantwoordelijk voor het uittekenen en realiseren van een marktconsultatie. Doelstelling hiervan is een duidelijk beeld te schetsen van de verwachtingen van het werkveld t.a.v. de jong professional die in de toekomst mee vorm en inhoud zal geven aan de biogebaseerde economie.

We hadden het in een vorige nieuwsbrief reeds over de Rondetafels die werden georganiseerd met experten uit verschillende sectoren, waarop de biogebaseerde economie een impact heeft. Ook de uitgebreide enquête bij bedrijven die actief zijn in het domein van de BBE, kwam in de laatste nieuwsbrief uitgebreid aan bod.

Als sluitstuk van deze marktconsultatie organiseerde SPK op 25 oktober een Focusgroep met de vermelde experten en de partners van het GBO-project. Doelstelling van deze Focusgroep was de marktverwachtingen van het werkveld te confronteren met de voorgestelde aanpak vanuit het onderwijs.

Plaats van afspraak: Open Manufacturing Campus, Turnhout – 11u00-18u00 – 35 aanwezigen.

Samenvatting van de martktconsultatie

Vanuit het werkveld wordt de nadruk niet gelegd op het invullen van mogelijke technische/inhoudelijke hiaten, maar op de integratie van inhoudelijk parate kennis van de competenties die nodig zijn om deze kennis ook in de praktijk om te zetten en een bijdrage te leveren aan maatschappelijke duurzaamheid. De BBE biedt een opportuniteit en een potentieel om de jong professional op te leiden naar een positie in de economie van de toekomst.

Deze nieuwe economie is een genetwerkte economie die streeft naar waardecreatie zonder een hypotheek te leggen op onze planeet en bouwt op de verantwoordelijkheidszin van het individu om in samenspraak en samenwerking, nieuwe duurzame wegen te bewandelen.

De BBE – meer dan iedere andere economische activiteit – reikt de handvaten aan om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie.

Dit wordt visueel voorgesteld via het ‘paddestoel concept’ (*).

De hoed kan binnen de BBE vertaald worden als de biogebaseerde waardeketen. De steel staat symbool voor de capaciteiten van de jong professional om de opdracht tot duurzaamheid vanuit een breed maatschappelijke invalshoek te onderzoeken.

Met de handvaten, die aangereikt worden vanuit de BBE, kunnen antwoorden gezocht worden die tot nieuwe bedrijfseconomische opportuniteiten leiden. De vertaling van deze opportuniteiten in haalbare oplossingen, stimuleren het ondernemend vermogen van de student.

Dit concept is in overeenstemming met de opdracht van het onderwijs.

(*): de Executive summary van deze marktbevraging is verkrijgbaar

Doelstellingen onderwijs en rol van de jong professional

Er is een nieuw referentiekader nodig waarbij duidelijk wordt gestipuleerd wat de doelstellingen van het onderwijs zijn en hoe deze doelstellingen pedagogisch kunnen bereikt worden. Verder is het nodig de vereiste competenties van de jong professional van de toekomst uit te tekenen.

Een omschrijving van de toekomstige rol van de jong professional is nodig. In het kader van de biogebaseerde economie (BBE) kunnen deze rol en bijbehorende competenties afgeleid worden uit de uitgebreide marktconsultatie, die in het kader van het Interreg-project ‘Grenzeloos Biobased Onderwijs (GBO)’ werd opgezet en gerapporteerd (*).

Kwaliteitsborging volgt uit de nieuwe doelstelling: het is aan het onderwijs om nieuwe pedagogische methodieken en criteria te ontwerpen. De competenties zijn bij de partners aanwezig. De kwaliteit van de opleiding dient afgemeten te worden t.o.v. dit nieuwe referentiekader.

Programma’s

Er is nood aan een omvattend pedagogisch concept, waarbinnen invulling kan gegeven worden aan de vraag naar specifieke  competenties.

Er wordt gesuggereerd om binnen een fysieke en tegelijk motiverende ruimte, invulling te geven aan de vraag van valorisatie. Binnen deze ruimte kan aan de student de mogelijkheid geboden worden om over specifieke onderwerpen, de vraag naar maatschappelijke en bedrijfseconomische valorisatie in te vullen. M.a.w. er is een duidelijke vraag om voor de steel van het paddenstoel concept, een concrete invulling te geven.

Middelen zullen ‘smarter’ moeten ingezet worden. Het delen van kennis, methodieken, programma’s, infrastructuren  spelen hier een substantiële rol. Dit is precies een belangrijk uitgangspunt en doelstelling van het GBO-project.

Rol van de docent van de toekomst

Daarnaast is het ook noodzakelijk de rol van de docent te herformuleren. De jong professional van de toekomst dient opgeleid te worden door de docent van de toekomst.

Het profiel van de docent van de toekomst zal moeten uitgetekend worden, waarbij – naast technisch-inhoudelijke achtergrond – ook communicatie (met de omgeving) en coaching skills (t.o.v. de student) worden opgenomen.

Verder is er nood aan een specifieke aanpak voor het bestaand docerend corps. Het onderwijs heeft de opdracht hiervoor aparte opleidingsmodules te ontwikkelen. Deze opleiding is een belangrijke hefboom van en voor het onderwijs (Teach The Teacher).

De nieuwe arbeidsorganisatie, die voortvloeit uit de nieuwe economie, en die streeft naar meer verantwoordelijkheid en motivatie, zal ook in het onderwijs zijn ingang moeten vinden – ook op het niveau van de docent.

Relatie bedrijfsleven

De relatie met het bedrijfsleven zal sterker moeten aangehaald worden. Dat kan op verschillende manieren, maar moet gebaseerd zijn op een wederzijdse win. De vraagstelling aan de bedrijven is vandaag nog teveel éénrichtingsverkeer, waardoor deze snel als een overlast wordt ervaren. Teveel tracht men nog bedrijven in te schakelen om problemen van het onderwijs op te lossen.

Er is nood aan een nieuwe relatie tussen bedrijfsleven en onderwijs. Dit gebeurt best in een open communicatie tussen beide partijen, waarbij het onderwijs het initiatief neemt, niet louter vertrekkend vanuit een vragende positie, maar ook vanuit een aanbod positie.

Een zinvol partnership is gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Vertrouwen bouw je op. Start met een luisterend oor: wat zijn de problemen van het bedrijf en wat kan het onderwijs doen om hier een invulling te geven. Hoe kunnen bedrijven ontlast worden?

Er wordt gesuggereerd om een analyse te maken om dit aanbod scherp te stellen. Er zijn verschillende terreinen waarop dit aanbod kan betrekking hebben.

Oefen- en trainingsfaciliteiten

De bedrijven bieden een uitgestoken hand om oefen- en trainingsfaciliteiten ter beschikking te stellen, maar hebben hiermee geen ervaring. Tegelijk hebben bedrijven op vlak van infrastructuren en technologische ondersteuning, nog grote vragen. Hiermee wordt direct een onderwerp aangereikt, dat invulling geeft aan bovenstaande.

De ontwikkeling van een ‘Modus Operandi’ als een samenwerkingskader, is een belangrijk middel om bedrijven te overtuigen van een concrete samenwerking. Ook deze Operandus kan als een aanbod aan het bedrijfsleven worden aangeboden. Het onderwijs werkt hiervoor best samen met instanties die op dit terrein reeds ervaring hebben. Hierbij wordt verwezen naar Chemelot – IMEC, die op dit terrein reeds een uitgebreide expertise hebben.

Verder zal onderzocht moeten worden hoe bedrijven technisch ondersteund kunnen worden. Dat kan in de eerste plaats door bestaande infrastructuren op een bredere schaal bekend te maken. Hier is echt nood aan.

Tevens kan er samen met de bedrijven nagedacht worden over ontbrekende infrastructuren. Dit vormt een mooi thema om de vernoemde relatie met het bedrijfsleven, pragmatisch op te bouwen.

Samenwerking en netwerken

Samenwerking en de uitbouw van netwerken, induceert men niet met een virtueel platform. Deze samenwerking moet eerst in de reële wereld uitgebouwd worden en kan pas daarna in een platform bestendigd worden.

In die zin moet het platform gradueel worden uitgebouwd. Start best met wat men vandaag reeds kan behappen: netwerk tussen de partners, netwerk tussen studenten. Daarna, en parallel met de uitbouw van een ‘vernieuwde’ relatie met het bedrijfsleven, kan gekeken worden naar de mogelijkheden die het platform kan bieden voor het bedrijfsleven.

Bij de graduele uitbouw van het platform zullen dan ook voldoende check & balances moeten ingebouwd worden, om mogelijke voordelen af te wegen t.o.v. mogelijke nadelen.

Het (toekomstig) succes en daarbij de continuïteit van het platform, kan maar gegarandeerd worden als er een ‘unmet need’ wordt ingevuld. Het platform heeft maar een toekomst als er een blijvend voordeel aan verbonden is, dat groter is dan het inherente nadeel. Dit nadeel heeft te maken met de ontwikkelkost maar ook met de toekomstige kost om het platform in de lucht te houden.

In die zin is het noodzakelijk dat het eigenaarschap wordt opgenomen en tegelijk gekeken wordt naar de  mogelijkheden die er bestaan om ook een financiële continuïteit te garanderen. Op dit vlak zullen verschillende opties moeten onderzocht worden.

Voor meer info kan je terecht bij Johan Verbruggen: johan.verbruggen@spk.be of 0498 10 83 59.